Trigemino-autonome hoofdpijnsyndromen, vooral clusterhoofdpijn

Deze pijnsyndromen zijn relatief zeldzaam. Ze bestaan uit hoofdpijn met begeleidende (‘autonome’) verschijnselen. Deze kunnen zijn: een rood en tranend oog, hangend ooglid, vernauwde pupil, opgezwollen ooglid, loopneus, verstopte neus of zweten. Clusterhoofdpijn komt het meeste voor.

Bij clusterhoofdpijn zijn er minstens vijf aanvallen van (zeer) ernstige eenzijdige pijn in en/of boven de oogkas. Een aanval duurt een kwartier tot drie uur (zonder behandeling), en treedt vaak ’s nachts op. De hoofdpijn gaat gepaard met minstens één van de genoemde autonome verschijnselen (aan dezelfde zijde). Ook kunnen er een onrustig gevoel en (soms sterke) bewegingsdrang zijn. Het aantal aanvallen varieert van één per twee dagen tot acht per dag. De hoofdpijn kan niet verklaard worden door een andere aandoening.